Een arbeidsmarkt voor iedereen: neem drempels weg

Met de komst van een nieuw kabinet is het tijd om plannen om te zetten in actie. Om gezamenlijk met publieke en private partijen werk te maken van een inclusieve arbeidsmarkt, waarbij iedereen kan meedoen. Ook mensen die daarbij ondersteuning nodig hebben. Ondanks dat de urgentie breed wordt gedeeld, komt die inclusieve arbeidsmarkt niet vanzelf tot stand. Daarom vragen de vereniging voor een inclusieve arbeidsmarkt (Cedris), de ondernemersvereniging voor de technologische industrie (FME), de Koninklijke Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG) en de Branchevereniging Kringloopbedrijven Nederland (BKN) het nieuwe kabinet hiervoor concrete maatregelen te nemen.

Er zijn honderdduizenden mensen die graag wíllen en kúnnen werken, maar hierbij ondersteuning nodig hebben. Mensen die een bijdrage kunnen leveren aan het tegengaan van de structurele en door de vergrijzing oplopende vraag naar werknemers in sectoren zoals de techniek, de zorg en het groen. Mensen die wij van grote waarde achten voor economie en samenleving.

Wij staan hierin niet alleen. Meer dan 60 procent van de werkgevers wil mensen met een ondersteuningsbehoefte graag inzetten. Deze ambitie zien we ook terug in de recente visie van VNO-NCW en MKB-Nederland. Door belemmeringen lukt dat echter bij slechts 12 procent van de werkgevers.

De waarde van werk
Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt hebben soms extra hulp en begeleiding nodig om een betaalde baan te vinden die goed bij hen past. Voor hen is werk meer dan economische zelfstandigheid. Het biedt kansen tot ontwikkeling, geeft structuur en draagt bij aan gezondheid en geluk. De coronacrisis heeft het belang van betaald werk voor hen nog extra benadrukt. Het is dan ook belangrijk dat deze mensen bij een reguliere werkgever, en anders op een beschutte werkplek, aan het werk kunnen.

Drempels
Werkgevers zien mogelijkheden om meer mensen met een ondersteuningsbehoefte werk te bieden in een regulier bedrijf. Alleen lopen ze in de praktijk tegen belemmeringen aan, zoals (financiële) risico’s en de behoefte aan extra begeleiding en ondersteuning op de werkvloer. Door werkgevers te ondersteunen, regels te versimpelen en risico’s weg te nemen, kunnen zij openstaande vacatures invullen, bijdragen aan het herstel van de economie en de rol van inclusief werkgever vervullen. Door te investeren in sociale en technische innovaties kan de toegang tot reguliere werkprocessen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt worden vergroot.

Beschermde omgeving als opstap en terugval
Voor wie de reguliere arbeidsmarkt vooralsnog een brug te ver is, zijn werkplekken in een beschermde omgeving nodig. Sociaal ontwikkelbedrijven bieden deze beschermde omgeving. Een beschermde werksituatie faciliteert en stimuleert om talenten en vaardigheden verder te ontwikkelen, bijvoorbeeld via praktijkleren. Zo zorgen sociaal ontwikkelbedrijven samen met sectorwerkgevers ervoor dat een deel van deze mensen de stap kan zetten naar de reguliere arbeidsmarkt.

Gaat het werken bij een reguliere werkgever niet goed? Dan moeten werknemers en werkgevers kunnen terugvallen op het sociaal ontwikkelbedrijf, die daarmee dus een opstap- en terugvalfunctie vervult.

Wat er nodig is
Om voor zoveel mogelijk mensen een geschikte werkplek te kunnen organiseren, is een goede publiek – private samenwerking nodig en extra investeringen door de overheid. Cedris, FME, VHG en BKN vragen het kabinet om drempels weg te nemen en de benodigde randvoorwaarden in te vullen. Concreet betekent dit:

1. Mensen vanuit een beschermde werkplek toegang geven tot passende opleidingen, waardoor ze eventueel kunnen doorgroeien naar een andere baan.

2. Goede en blijvende ondersteuning van werknemers bij reguliere werkgevers met daarbij passende scholingsmogelijkheden.

3. Wegnemen van belemmeringen en financiële risico’s en het ontzorgen en ondersteunen van werkgevers.

4. Versterken van het landelijk netwerk van sociaal ontwikkelbedrijven, dat regionaal de directe verbinding zoekt met werkgevers in allerlei sectoren.

5. Mogelijk maken van innovaties die de baankansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt vergroten, met de inzet van bijvoorbeeld het sociaal innovatiefonds en het toestaan van regelluwe proeftuinen.